AFB. 64. MOLEN,, WINDLUST" IN ACHTHUIZEN EN ZIJN EERSTE MOLENAARS
Dirk David van Dijk had voor de bouw van de molen in het ,,gehucht Achthuizen" een goede plaats uitgekozen. De inwoners van Achthuizen en directe omgeving waren aangewezen op de molens in de drie omringende dorpen: Ooltgensplaat, Oude Tonge of Den Bommel. Nu was de afstand van Achthuizen tot ieder van deze plaatsen ongeveer even groot: ca. vijf kilometer. Een molen in Achthuizen zou de inwoners een goede dienst bewijzen, immers nu hoefde men niet meer naar de molens van de omringende dorpen om het maalgoed weg te brengen en om het gemalen meel weer op te halen.
Zo verrees dan in 1852 „De Windlust". Op de begane grond van de molen werd èen woning ingericht, bestaande uit een kamertje) met twee bedsteden. Onder de molen was nog èen kelder. Ook de eerste zolder hoorde bij de woning. Men vond er de slaapplaatsen van het inwonend personeel. De molen werd uitgerust met twee koppel stenen: hét ene koppel was een koppel maalstenen, het andere moet het koppel petstenen geweest zijn. Later zou deze petsteen dan vervangen zijn door een koppel gruttensteéntjes, die In 1898 weer
het veld moest ruimen voor een koppel gewone maalstenen. Vanaf 1898 had de molen dus twee koppel maalstenen, hetgeen ook nu nog het geval is. Later kwam daar nog een buil bij, die echter ai weer voor de Tweede Wereldoorlog verdwenen was. Ondanks het feit, dat Van Dijk zelf de molen liet- bouwen, ging hij hem niet bemalen. Kort na de bouw, misschien wel tijdens de bouw, werd de molen het eigendom van Krijn Buijs Cz. Wat de werkelijke gang van zaken is geweest weten we niet. We kunnen er alleen maar naar gissen: Was Van Dijk helemaal niet van plan geweest zelf de molen te gaan bemalen? Wilde hij soms de molen bouwen om, wanneer deze gereed was, hem weer met winst te verkopen? Het feit, dat hij van beroep geen molenaar, maar molenmaker was, kan erop wijzen. Of zag hij tijdens de bouw van de molen elders meer mogelijkheden, bijvoorbeeld in dé Haarlemmermeer, die in juli 1852 „droog" kwam? Hij bouwde immers ook de molen in Hoofddorp voor eigen rekening, waar hij dan om de een of andere reden bleef hangen. Probeerde hij hetzelfde met de mysterieuze molen „Zeelust" in Katwijk aan Zee? Je zou geneigd zijn, zoals de heer Keunen van Monumentenzorg zei, toen ik hierover met hem van gedachten wisselde, om te denken, dat Van Dijk een soort „molen projectontwikkelaar" is geweest. Vast staaty dat volgens het bevolkingsregister Krijn Buijs zich op 4 januari 1853 als molenaar, Achthuizen vestigde. Hij was ongetwijfeld de eerste molenaar op de mollen, die hij kocht van Van Dijk. Krijn Buijs was op 8 april 1820 in Nieuwe Tonge geboren, waar hij ook tot zijn vertrek naar Achthuizen bleef wonen. Hij was net zo min als Van Dijk van huis uit molenaar, maar had min of meer hetzelfde beroep als de laatste: timmerman. Wat bezielde deze timmerman om molenaar te worden? Was Buijs als timmerman betrokken geweest bij de bouw van de molen en bleef hij om ons onbekende redenen aan de molen hangen? We zullen het wel nooit weten. Buijs was als vrijgezel op de molen komen wonen, maar dat duurde niet lang. In november 1854 trouwde hij met Johanna Maria van de Swaluw, geboren op 13 mei 1827 te Oude Tonge. Krijn Buijs bleef naast hei molenaarschap ook het timmermansvak trouw. Naast de molen kwam een timmermanswerkplaats. Had Van Dijk deze werkplaats oorspronkelijk voor zichzelf gebouwd of was deze van meet af aan voor Buijs bestemd? Of leverde de molen alleen toch niet genoeg op om van te kunnen bestaan? De timmerlieden, die bij Buijs in dienst waren, woonden ook vaak op de molen in. Zo was in 1855 Jacobus van Ben-dern gedurende een half jaar inwonend timmerman. Op 10 mei 1857 kwam Fran-ciscus Schwiebbe als timmermansknecht. Na diens huwelijk op 29 januari 1859 werd zijn plaatsje op de molen in.
juni 1859 ingenomen door Jan Frans de Mooij. Hij bleef er waarschijnlijk niet lang. Tussen 1860 en 1862 kwam Cornelis Buijs op de molen wonen. Hij was molenaarsknecht, geboren op j 14 februari 1841 in Nieuwe Tonge, en een neef van de baas, Krijn Buijs. Hij bleef als vrijgezel zijn leven lang op de molen wonen, tot zijn dood op 18 september 1906. Ruim een jaar na diens overlijden kwam Bart als knecht op de molen. Uit het verhaal van Bart blijkt ook, dat er in zijn tijd nog knechts op de molen inwoonden: timmerlieden en schilders. Uit het huwelijk van Krijn Buijs en Janna van de Swaluw werden | acht kinderen geboren, waarvan er twee ' jong stierven. De geboorte van zijn jongste kind, op 28 januari 1867, een dochtertje, dat de namen Joanna Quirinus kreeg, beleefde Krijn Buijs niet meer. Hij overleed op 3 september 1866, 46 jaar oud, zijn vrouw met zeven kinderen achterlatend. Öp deze foto, genomen aan het eind van de jaren dertig, is onder de balieschoren één van de beide ramen van de woning in de molen te zien. Links zien we een gedeelte van het pakhuis, dat Jan Boets aan het einde van de jaren twintig bouwen liet op de plaats van de oude timmermanswerkplaats. Tussen dit pakhuis en de molen stond het woonhuis, dat op deze foto niet zichtbaar is. De molenaarsfamilie woonde in dit huis, de woning op de begane grond én de eerste zolder van de molen werd hoofdzakelijk bewoond door personeel van de molenaar/timmerman. Op de balie van de molen staat bij de deur de maalknecht, Piet Smeets. De achterste man op de balie is Koos Moerenhout, die bij Van Reyen in de graanhandel werkte en ook nog een tijd lang chauffeur is geweest. De man voor hem is waarschijnlijk%\ndré van Reyen, een zoon van de eigenaar.
|